Please reload

U kan online of telefonisch een afspraak maken

Mechelbaan 469 bus 1001

2580 Putte (bij Mechelen)

015/76.09.70

Made by R. Verschooten

Kinderoogziekten

Tranend oog

Een vaker voorkomend probleem zijn verstopte traanbuisjes. Zo’n dertig procent van de baby’s wordt daarmee geboren. Dat wil zeggen dat de tranen niet goed afgevoerd kunnen worden langs het traankanaal. Daardoor huilen die baby’s nogal overvloedig uit de volledige lengte van hun ogen en hebben ze vaak last van etter. Het is dan belangrijk om de ogen van je baby goed schoon te houden en de etter systematisch te verwijderen, om zo infecties te voorkomen. Een verstopt traanbuisje zal echter geen blijvende schade veroorzaken en geneest doorgaans vanzelf voor de eerste verjaardag. Gebeurt dat niet, dan moet het onder narcose opengemaakt worden door een oogarts.

Scheelzien (strabisme)

Tijdens de eerste maanden kan het gebeuren dat een baby kortstondig scheel kijkt. Eén of beide oogjes kunnen naar binnen of naar buiten afdwalen. Zolang ze daarna weer recht komen, is dat geen probleem. Blijven de ogen van je baby in verschillende richtingen kijken, dan is er meer aan de hand. Drie tot vijf procent van de bevolking heeft last van scheelzien. Hoe vroeger de aandoening vastgesteld wordt, hoe beter. Wacht dus niet tot je kind ouder wordt in de hoop dat het strabisme vanzelf verdwijnt. Uit scheelzien groei je niet. Stap liever meteen naar de dokter om na te gaan wat de oorzaak ervan is.

 

Soms is scheelzien te wijten aan ernstige verziendheid. Dan kan je kind geholpen worden met een bril. Het is mogelijk dat de oogjes na enkele maanden brillen vanzelf weer dezelfde richting op gaan kijken. Je baby zal de bril weliswaar moeten blijven dragen, maar er is ook een kans dat de klacht verbetert naarmate je kind ouder wordt en dat het de bril niet permanent meer nodig zal hebben.

 

Daarnaast kan scheelzien samenhangen met een lui oog. Ogen die verschillende kanten op kijken, sturen twee beelden naar de hersenen. Om te voorkomen dat je dubbel ziet, kunnen de hersenen één beeld onderdrukken. Zeker als het ene oog scherper ziet dan het andere, is de kans dat zoiets gebeurt groot. Het minder goede oog wordt dan als het ware niet meer gebruikt en zal niet verder ontwikkelen. De oogarts kan een lui oog behandelen door het goede oog af te plakken. Zo wordt het minder goede oog gedwongen om toch te werken, eventueel in combinatie met een bril.

 

In andere gevallen ligt er een erfelijke afwijking aan de basis van het scheelzien, of ontstaat het door medische problemen bij de geboorte. Dan is een operatie aan de oogspieren de enige oplossing. Ook als een bril onvoldoende helpt, is zo’n ingreep aangewezen. De operatie is niet zwaar, maar een goede opvolging is noodzakelijk omdat er soms meerdere ingrepen nodig zijn om de ogen permanent recht te krijgen. Meer info.

Lui oog (amblyopie)

Scheelzien en een lui oog hangen vaak samen, maar niet altijd. Je zoon of dochter kan ook een lui oog hebben zonder dat je daar uitwendig iets van ziet. Dat kan je als ouder onmogelijk opmerken. Daarom biedt Kind en Gezin een oogtest aan voor kinderen van ongeveer twaalf maanden. De test wordt nog eens herhaald op de leeftijd van twee en soms op drie jaar. De Kind en Gezin-medewerker controleert dan met een speciaal apparaat of er een brekingsfout is aan één van de ogen. Dat zou betekenen dat één oog wazig ziet en dat de hersenen het signaal ervan mogelijk verdringen. Het is belangrijk om dat oog weer aan het werk te krijgen. Als de hersenen tijdens de kindertijd niet leren om de beelden van beide ogen correct te interpreteren, zal dat op latere leeftijd ook niet meer gebeuren. Een lui oog dat pas wordt ontdekt als het zicht al volledig gevormd is, zal zelfs met een bril of een laserbehandeling nooit goed kunnen zien, omdat de hersenen de beelden ervan niet scherp kunnen verwerken. Sla de oogscreening dus zeker niet over.

Sommige ouders zijn ervan overtuigd dat hun kind goed ziet, omdat het wijst naar vliegtuigen in de lucht en kruimels op de grond. Maar misschien ziet je zoon of dochter die dingen maar met één oog. Ga daarom niet te licht over het advies van Kind en Gezin of van de schoolarts.

Soms verdwijnt een lui oog volledig door het goede oog een paar uur per dag af te plakken. Andere kinderen zullen altijd een bril nodig hebben om de afwijking van het ene oog op te vangen, maar als ze die bril jong genoeg krijgen, kunnen ze daar wel perfect mee zien. Meer info.

Verziendheid (hypermetropie)

Een volgroeid, goed functionerend oog is exact lang genoeg om het binnenkomende beeld precies op het netvlies te laten vallen. Eén van de redenen waarom jonge kinderen niet goed zien, is omdat hun oogbol nog erg kort is. Het beeld dat door hun ogen binnenkomt, kan nog niet op het netvlies geprojecteerd worden, het valt er altijd een beetje achter. Naarmate een kind groter wordt, groeit het oog mee en zal het kind dus steeds beter zien. Kleuters van drie jaar oud zien ongeveer zestig procent scherp, bij kinderen van vier jaar is dat al tachtig procent. Omdat het beeld bij jonge kinderen achter hun netvlies valt, kan je zeggen dat alle jonge kinderen verziend zijn. Wordt er tijdens een oogonderzoek bij de dokter ontdekt dat je kleuter aan beide ogen zwaarder verziend is dan normaal, dan zal hij een bril krijgen. Daarmee kan een jong kind nog altijd niet volledig scherp zien, maar het gezichtsvermogen wordt zo wel gecorrigeerd naar dezelfde graad van zijn of haar leeftijdsgenootjes. Op die manier kan het zicht op de normale manier rijpen. Het is goed mogelijk dat de verziendheid minder erg wordt naarmate je zoon of dochter ouder wordt en een langer oog krijgt, zodat hij of zij de de lagere school geen bril meer nodig heeft.

 

Een veelvoorkomend misverstand is dat mensen die verziend zijn verafgelegen objecten goed zouden zien en nabije voorwerpen wazig. Dat klopt alleen in het geval van ouderdomsverziendheid. Iemand die zwaar verziend is, ziet noch dichtbij, noch veraf goed. Iemand die in mindere mate last heeft, zal zijn ogen onbewust zodanig opspannen dat het beeld toch nog scherp binnenkomt. Tot de ooglens rond het veertigste levensjaar te stug wordt om naar believen te krommen. Dan worden dichtbijgelegen voorwerpen toch wazig. Tot die tijd kunnen verziende personen wel last krijgen van een aantal neveneffecten van de vele inspanning, zoals hoofdpijn of vermoeide ogen. Een bril kan dan helpen om de ogen van je kind rust te geven.

Bijziendheid (myopie)

Een korte oogbol is niet goed, maar een te lange is dat evenmin. Bij sommige kinderen groeien de ogen abnormaal door, waardoor ze te lang worden. Zoiets is vaak erfelijk bepaald. Als de ogen van je zoon of dochter te lang zijn, ligt het netvlies te ver van de lens, waardoor het beeld ervóór valt. Dat is bijziendheid.

 

Bijziendheid kan pas optreden zodra de ogen van je kind volgroeid zijn. Meestal krijgen kinderen rond de leeftijd van acht tot tien jaar een bril om hun bijziendheid te corrigeren. Zonder bril zien ze wel goed dichtbij, maar minder goed veraf. Daardoor zullen die kinderen vaak hun ogen tot spleetjes knijpen, in een poging om bijvoorbeeld de televisie scherper te kunnen waarnemen. Dat is een belangrijk signaal voor ouders om bij de oogarts aan te kloppen. Bijziendheid wordt ook vaak gesignaleerd op school, wanneer een kind het lastig krijgt om het bord te zien.

Bijziendheid verergert doorgaans een beetje met de jaren, want het is goed mogelijk dat de ogen van je zoon of dochter nog een tijd doorgroeien. Dan moet de sterkte van de brilglazen regelmatig bijgesteld worden. Bijziendheid kan evengoed pas in de loop van de puberteit opduiken. Hoe later je kind er last van krijgt, hoe minder erg, want de ogen stoppen op een gegeven moment met groeien.

 

Het is geen drama als je niet meteen in de gaten hebt dat je zoon of dochter een bril nodig heeft om ver te kijken. Zijn of haar ogen gaan daardoor niet sterker achteruit. Tijdig ingrijpen is vooral belangrijk voor de ontwikkeling van je kind, zodat het geen achterstand oploopt op school. Hoewel recent onderzoek aangetoond heeft dat voldoende daglicht de overdreven groei van de oogbol kan afremmen. Als je kind bijziend is, loont het dus de moeite om het een paar uur per dag buiten te laten spelen. Computer, tv en spelconsoles worden al eens met de vinger gewezen als boosdoeners die de ogen van kinderen kapotmaken. Dat is niet juist. Bijziendheid bestaat al veel langer dan tv en computers. Wel is er een onrechtstreeks verband: omdat kinderen vaker voor een scherm zitten dan vroeger komen ze minder buiten, wat minder goed is voor de ontwikkeling van hun zicht. Maar je ogen kapotmaken door tv te kijken of in het donker te lezen, kan je niet. Wel wordt geadviseerd om je kind, zeker als het al bijziend is, de ogen niet te veel te laten focussen op dichtbijgelegen voorwerpen, omdat dat veel inspanning vraagt van het oog. Let er dus op dat je zoon of dochter voldoende afstand neemt van de tv of van het huiswerk, en zorg voor een goed nachtlampje als er voor het slapengaan nog gelezen wordt.

Astigmatisme

Het is mogelijk dat de graad van ver- of bijziendheid in de twee ogen verschillend is, omdat die niet precies even lang zijn. Daardoor kan je kind voor het ene oog een zwaardere brilglazen nodig hebben dan voor het andere.

 

Daarnaast kan ver- of bijziendheid gepaard gaan met astigmatisme. Dat betekent dat de kromming van de ooglens niet gelijkmatig verloopt, waardoor je zoon of dochter voorwerpen in de horizontale oogas scherper ziet dan in de verticale of omgekeerd. Dat kan makkelijk opgelost worden met cilindrische glazen in het brilmontuur.

 

Uiteraard komen kinderen ook in aanmerking voor contactlenzen. Die bestaan zelfs voor baby’s, al worden die alleen in uitzonderlijke situaties gebruikt. Kinderen vanaf twaalf jaar kunnen in principe al lenzen dragen in plaats van een bril. Vooral voor sporters is dat handig. Toch proberen we het gebruik ervan zolang mogelijk uit te stellen, want contactlenzen brengen een groter risico op infecties met zich mee. Een goede reservebril blijft trouwens nodig voor momenten waarop de lenzen niet gedragen worden.

Please reload